Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.5

Artikel 4.5.5

TIJDELIJKE UITNAME VAN GROND

Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN

In het Besluit is tijdelijke uitname van grond en baggerspecie op een onverdachte locatie toegestaan zonder dat een kwaliteitsbepaling is uitgevoerd, een functietoets is gedaan en een melding is verricht. De enige voorwaarden zijn dat er geen sprake is van een geval van bodemverontreiniging, er geen tussentijdse bewerking plaatsvindt en dat de grond onder dezelfde condities weer wordt toegepast (ondergrond wordt weer ondergrond en bovengrond wordt weer bovengrond). De gemeente verruimt deze regels voor de tijdelijke uitname van grond op een onverdachte locatie als het gaat om het graven en aanvullen van sleuven bij vervang- of reparatie¬werkzaamheden aan kabels, leidingen en rioleringen. Omdat bij de aanleg van de ondergrondse infrastructuur de grond ook is geroerd, mag de grond bij de uit te voeren werkzaamheden ook worden geroerd. De ontgraven boven- en ondergrond hoeven dus niet in dezelfde bodemlagen te worden teruggeplaatst. Het tussentijds civieltechnisch zeven (cosmetisch zeven) wordt niet als tussentijdse bewerking beschouwd.

Rechtspraak bij dit artikel