Algemeen
De meldingsplicht geldt voor alle toepassingen van grond en baggerspecie, met uitzondering van:
de toepassing van grond of baggerspecie door particulieren (natuurlijke personen, niet in uitoefening van beroep of bedrijf). Particulieren die het grondverzet bedrijfsmatig (laten) uitvoeren zijn niet uitgezonderd van de meldingsplicht. Bij betrokkenheid van bedrijven bij het grondverzet (bijv. aannemer, loonbedrijf of hovenier) is dus geen sprake van toepassing door particulieren;
het toepassen van grond of baggerspecie binnen een landbouwbedrijf als de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen;
het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.
Degene die grond of baggerspecie gaat toepassen moet dit ten minste vijf werkdagen van te voren melden via het centrale Meldpunt bodemkwaliteit: (https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl).
De meldingen worden door het Meldpunt bodemkwaliteit direct doorgezonden naar het bevoegde gezag van de locatie waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Voor landbodem is dit de gemeente; voor waterbodem is dit binnen de MARN-regio Rijkswaterstaat (voor de Maas en de Waal) of het Waterschap Rivierenland (overig oppervlaktewater).
Als de gemelde toepassing niet in overeenstemming is met het lokale beleid of wanneer de aangeleverde informatie van onvoldoende kwaliteit is, zal het bevoegde gezag binnen deze vijf werkdagen de melder hiervan op de hoogte stellen.
Het bevoegd gezag is op grond van het Besluit bodemkwaliteit niet verplicht om de melding te publiceren en neemt geen formeel besluit op de melding. Na verstrijken van de hierboven genoemde termijnen mag de toepasser starten met de nuttige toepassing, maar het bevoegd gezag mag en kan ook hierna nog handhavend optreden. De toepasser is en blijft verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit.
Tijdelijke uitname
In het Besluit is tijdelijke uitname van grond en baggerspecie toegestaan zonder dat een kwaliteitsbepaling is uitgevoerd, een functietoets is gedaan en een melding is verricht. Enige voorwaarde is dat er geen tussentijdse bewerking plaatsvindt en dat de grond of baggerspecie op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities weer worden toegepast (ondergrond wordt weer ondergrond en bovengrond wordt weer bovengrond).
Tijdelijke opslag
In het Besluit is tijdelijke opslag in de meeste situaties niet langer vergunningsplichtig, maar meldingsplichtig (zie tabel 4.1). Wel moet aan voorwaarden worden voldaan:
De kwaliteit van de grond/baggerspecie moet voldoen aan de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem.
De grond/baggerspecie mag maximaal gedurende een in het Besluit vastgestelde periode worden opgeslagen.
De eindbestemming van de grond/baggerspecie moet binnen zes maanden bekend zijn.
Na afloop van de termijn van het gebruik van de tijdelijke opslagplaats moet alle daar opgeslagen grond van de locatie verwijderd zijn.
In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de verschillende vormen van tijdelijke opslag en welke voorwaarden
Tabel 4.1
Vorm van tijdelijke opslag
Voorwaarden van het Besluit
Maximale duur van de opslag
Kwaliteitseisen
Meldingplicht
Kortdurende opslag
6 maanden
-
Ja
Tijdelijke opslag op landbodem
3 jaar
Kwaliteit moet voldoen aan de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem4conform de bodemkwaliteitskaart
Ja,
met voorziene duur van opslag en eindbestemming
Tijdelijke opslag in waterbodem
10 jaar
Kwaliteit moet voldoen aan de kwaliteitsklasse van de ontvangende waterbodem
Ja,
met voorziene duur van opslag en eindbestemming
Weilanddepot: opslag van baggerspecie over aangrenzend perceel
3 jaar
Alleen baggerspecie die voldoet aan de normen voor verspreiding over aangrenzende percelen
Ja,
met voorziene duur van opslag en eindbestemming
Verwerking van meldingen door de gemeenten
De meldingen van grond- en/of baggerstromen (inclusief bijlagen) worden door de gemeente bij binnenkomst geregistreerd en gearchiveerd.
Binnenkomende meldingen worden door de gemeenten waar de grond wordt toegepast beoordeeld. Als meldingen naar oordeel van de gemeente onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn, vraagt de gemeente nadere gegevens aan de melder. Zolang de gevraagde gegevens niet in bezit van de gemeente zijn kan het grondverzet niet plaatsvinden, ook niet als de meldingstermijn verstreken is
Verantwoordelijkheden van de opdrachtgever
De verantwoordelijkheid voor het naleven van de regels rond grond- en baggerverzet, waaronder het tijdig melden, ligt bij de opdrachtgevers van grond- en/of baggertoepassing. Als achteraf blijkt dat er foutief is gehandeld, kan de opdrachtgever zich niet beroepen op de gedane melding, of eventueel het uitblijven van een reactie van het bevoegde gezag binnen de bepaalde termijn. Ook na toepassing mag de gemeente nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van toepassen van grond en/of baggerspecie van onjuiste kwaliteit. Alle gegevens moeten minimaal vijf jaar bewaard blijven, ook indien geen melding verricht hoefde te worden.
Transport van grond en bagger
Naast het melden van het toepassen van grond en/of baggerspecie bij het centrale meldpunt moet ook het vervoer van verontreinigde grond worden gemeld. Soms moeten dus twee meldingen worden verricht. Voor het vervoer van verontreinigde grond is sinds 1 januari 2005 een landelijke regeling van kracht geworden: Regeling melden van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen. Deze regeling gaat over de inzameling van bepaalde categorieën afvalstoffen, waaronder verontreinigde grond en baggerspecie. De initiatiefnemer voor transport van verontreinigde grond (de ontdoener) moet zorgen dat bij het transport van de grond of baggerspecie over de openbare weg de vereiste documenten aanwezig zijn.
Vervoerders, inzamelaars, handelaars en/of bemiddelaars dienen landelijk geregistreerd te zijn. Deze bedrijven krijgen een zogenaamd VIHB nummer. Als de grond/baggerspecie wordt afgevoerd naar een meldingsplichtige inrichting (reiniger, stortplaats of depot voor het opslaan van verontreinigde grond/baggerspecie), dan moet deze inrichting een afvalstroomnummer verstrekken voordat de grond getransporteerd kan worden. Tevens moet zij aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA, www.lma.nl) een ontvangst- en eventuele vervolgmelding verrichten. Ook moet tijdens het transport een geldig transportgeleidebiljet aanwezig te zijn.
Voor hergebruik van grond en baggerspecie binnen de gemeenten hoeft geen afvalstroomnummer te worden aangevraagd en hoeft ook geen melding plaats te vinden bij het LMA, wèl moet een transportgeleidebiljet aanwezig zijn, zoals dat geldt bij alle transporten. Het transportgeleidebiljet moet minimaal 5 jaar na voltooiing van de werkzaamheden worden bewaard. Bij transport van schone grond is een transportgeleidebiljet niet wettelijk verplicht.
De volgende, onder gemeentelijk bevoegd gezag vallende, inrichtingen zijn wèl meldingsplichtig op grond van de Afvalstoffenwet:
(gemeentelijke/regionale) overslaginrichtingen voor huishoudelijke en bedrijfsafvalstoffen met een capaciteit van meer dan 50m³;
inrichtingen voor het opslaan van verontreinigde grond waaronder baggerspecie met een capaciteit van meer dan 50 m³.
Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen
Binnen grootschalige werken, zoals het aanleggen van een woonwijk of het ontwikkelen van een natuurgebied, is het vaak niet praktisch om voor elk afzonderlijk grondverzet een melding te doen. In verband hiermee bestaat de mogelijkheid om hiervoor een grondstromenplan op te stellen dat vooraf moet worden goedgekeurd door de gemeente.
Het grondstromenplan moet worden gemeld bij het centrale meldpunt van het ministerie van I&M, AgentschapNL/Bodem+. Afwijkingen van het grondstromenplan moeten in overleg met de gemeente periodiek worden gemeld bij de gemeente.
Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel
Als grond wordt getransporteerd met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond dan moet op het transportgeleidebiljet het meldingsnummer van het centrale meldpunt van het ministerie van I&M, AgentschapNL/Bodem+ vermeld worden.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.6
Artikel 4.6.1
MELDEN GROND- EN BAGGERVERZET
Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN