Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 17.

Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsindicatie

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Uitgeest 2023-2027

1.. Burgemeester en wethouders weigeren de aangevraagde huisvestingsindicatie indien: de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of artikel 3 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of de aanvrager gelet op het bepaalde in het tweede lid niet voor de huisvestingsindicatie in aanmerking komt. 2.. Voor een huisvestingsindicatie komen in aanmerking personen die: tenminste één jaar woonachtig zijn en ingeschreven staan in de Basis Registratie Personen (BRP) van een gemeente in de woningmarktregio; een woonruimte achter zullen laten; en, fysieke beperkingen of ergonomische problemen of beiden in de huidige woonruimte ervaren die niet met eenvoudige, kleine, woningaanpassingen zijn op te lossen. Daarbij is naar het oordeel van burgemeester en wethouders sprake van een duidelijk aanwijsbare relatie tussen bedoelde problemen en de huidige woonruimte aanwezig en kan alleen verhuizing naar een nultredenwoning deze problemen oplossen. 3.. Ter voorbereiding op hun besluit op de aanvraag, kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen adviseur. 4.. Het besluit tot toekenning van een huisvestingsindicatie vermeldt in ieder geval: de naam en contactgegevens van de woningzoekende; de datum van het verzoek als bedoeld in het eerste lid en: het zoekprofiel, dat een beschrijving bevat van de eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om in het vorige lid bedoelde problemen zoveel als mogelijk te ondervangen. 5.. De huisvestingsindicatie geldt binnen alle gemeenten die deel uitmaken van woningmarktregio en vervalt één jaar na dagtekening van de huisvestingsindicatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel