Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.2

Jeugd

Onderdeel van Subsidiebeleid sociaal domein

Onze ambitie is dat kinderen en jongeren in Dijk en Waard fysiek, sociaal- emotioneel gezond en veilig kunnen opgroeien en kansrijk kunnen meedoen aan de samenleving. Daarom zetten we subsidie in om hiermee samenhangende activiteiten voor hen te faciliteren en het daadwerkelijke meedoen aan die activiteiten te stimuleren. Voor jeugd spreken we niet zozeer over de versterking van de sociale basis maar beter over de versterking van de pedagogische basis. De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat bestaat uit alle contacten, sociale relaties en leefomgevingen die specifiek bijdragen aan het positief opgroeien, het opvoeden en ontwikkelen van kinderen (0-12 jaar) en jongeren (13-23 jaar). De activiteiten die we willen subsidiëren dragen vooral bij aan het versterken van jeugdigen en hun ouders/verzorgers in kwetsbare posities. Een kwetsbare positie van ouders kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer zij ondersteuning nodig hebben bij het deelnemen aan de samenleving, te weinig te besteden hebben, een klein of geen netwerk om zich heen hebben, sociale vaardigheden missen, mentaal niet goed weerbaar zijn of de Nederlandse taal niet goed machtig zijn. De kwetsbaarheden van ouders kunnen doorwerken op de kwetsbaarheden van jeugdigen en de manier waarop zij optimaal kunnen participeren aan de samenleving. We vinden het tevens belangrijk dat de te subsidiëren activiteiten (ook) een preventief karakter hebben. Hieronder verstaan we activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van (verergeren van) problemen of kwetsbaarheden. Door het versterken van eigen kracht of samenredzaamheid, voorkomen we dat hulpvragen groter worden. Dergelijke preventieve activiteiten, buiten het onderwijs om, zijn daarom subsidiabel. Subsidie kan worden verstrekt voor preventieve activiteiten in de pedagogische basis, buiten schooltijd om, die gericht zijn op (kwetsbare) jeugdigen en bijdragen aan de volgende doelen: Het versterken van de mentale gezondheid Mentale gezondheid gaat over cognitie (denken), emotie (voelen) en sociaal welzijn. Mentaal gezonde personen voelen zich over het geheel genomen tevreden, zijn in staat om te genieten, denken positief, kunnen omgaan met tegenslagen en zijn tevreden met hun sociale relaties. Een goede mentale gezondheid is onmisbaar voor jeugdigen om gezond te kunnen opgroeien. Het vergroten van (gelijke) ontplooiings- en ontwikkelingskansen Jeugdigen hebben recht op gelijke kansen. Daarom stimuleren we activiteiten die zo worden georganiseerd dat ieder kind of jongere gelijke kansen heeft om hieraan deel te nemen, ongeacht achtergrond, afkomst, status etc. Het stimuleren van ontmoeting en participatie voor de ouders, waarmee het sociaal netwerk om het kind/de jongere heen wordt versterkt Opvoeden en opgroeien een zaak is van iedereen: ouders, grootouders, familie en andere verzorgers, de leerkracht, vrijwilliger in de school, buurtsportcoach, buren/buurtgenoten en de begeleider in de kinderopvang. Oftewel, alle personen die bijdragen aan een positief en pedagogisch klimaat waarin jeugdigen opgroeien. Er moet voor iedere ouder de mogelijkheid zijn om binnen deze basis tot ontmoeting, ondersteuning en verrijking te komen. Dit draagt bij aan het vergroten van het pedagogisch ondersteuningsnetwerk om jeugdigen heen. Het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid Meedoen in de maatschappij is van groot belang. Dit versterkt de eigen kracht en vergroot het netwerk van jeugdigen. En bevordert dat jeugdigen kunnen opgroeien tot zelfredzame volwassenen die naar vermogen kunnen participeren aan de samenleving. Het bevorderen van persoonlijke (talent)ontwikkeling Alle jeugdigen hebben recht op optimale ontplooiings- en ontwikkelings- kansen. Hiervoor is een stabiele omgeving nodig, waarin zij spelenderwijs leren en vooral ook zelf ontdekken waar hun talenten liggen.

Rechtspraak bij dit artikel