Naar hoofdinhoud

Artikel 6a

Afwijkende weigeringsgronden voor vergunningen voor e-bakfietsen

Onderdeel van Nadere regel 5.14a Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010, vergunningplicht commercieel aanbieden voertuigen gemeente Utrecht

1.. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 lid 2 sub c aangaande het aantal minimum te exploiteren vergunde voertuigen geldt het volgende: de vergunninghouder standplaatsgebonden e-bakfiets exploiteert ten minste de volgende aantallen voertuigen op de hieronder genoemde momenten: 1 maand na ingang vergunning: 150 6 maanden na ingang vergunning: 225 18 maanden na ingang vergunning: 300 30 maanden na ingang vergunning: 375 indien de vergunninghouder van standplaatsgebonden e-bakfietsen niet in staat is om aan de aantallen onder a. te voldoen, kan het college besluiten diens vergunning te aan te passen en te begrenzen en de nadere regel aan te passen en een andere aanbieder de mogelijkheid te geven om resterende standplaatsgebonden e-bakfietsen tot maximaal het voertuigenplafond aan te bieden. de vergunninghouder back to many e-bakfietsen exploiteert binnen een half jaar na de ingangsdatum van de vergunning minimaal 50% en binnen een jaar minimaal 75% van het volledige aantal van de aan hem vergunde voertuigen; 2.. In aanvulling op het bepaalde in artikel 6 lid 2 sub c kan voor e-bakfietsen de aanvraag voor een vergunning worden geweigerd indien uit de aanvraag niet blijkt dat wordt voldaan aan de volgende voorwaarden die gelden voor de vergunninghouder; Voor standplaatsgebonden e-bakfietsen geldt dat ten minste 80% van de locaties waar tot 1 april 2023 een e-bakfiets is aangeboden op basis van een concessie moet worden bediend. Voor back to many e-bakfietsen geldt dat hierin wordt opgenomen hoe wordt geborgd dat te allen tijde er in iedere wijk binnen de gemeente ten minste 4% van het totaal aantal vergunde voertuigen aanwezig is;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel