Deze verordening onderscheidt de volgende voorzieningen in de huisvesting:
de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, die bestaan uit:
nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw waarin een school is gehuisvest;
uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;
gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw voor de huisvesting van een school;
verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor de huisvesting van een school;
terrein voor zover nodig voor het realiseren van een onder 1° tot en met 4° omschreven voorziening;
inrichting met onderwijsleerpakket voor zover deze nog niet eerder voor bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is gebracht;
inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder voor bekostiging door rijk of gemeente in aanmerking is gebracht;
medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al bij een andere school in gebruik is en medegebruik van een lokaal voor bewegingsonderwijs;
herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een gebouw als gevolg van eigen gebrek of eigen bederf, alsmede uit de kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet manifest geworden materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie;
herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw, aan onderwijsleerpakket en aan meubilair in geval van bijzondere omstandigheden;
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
Omschrijving van voorzieningen in de huisvesting
Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting Wormerland 2020