Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 29

Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik

Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting Wormerland 2020

1.. De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een lokaal voor bewegingsonderwijs als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, wordt beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 17 (spoedeisend karakter), met dien verstande dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing is. 2.. Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door basisscholen van de op het grondgebied van Wormerland gelegen lokalen voor bewegingsonderwijs. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de lokalen voor bewegingsonderwijs, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per lokaal voor bewegingsonderwijs. 3.. Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot inroostering het volgende in acht: De afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een lokaal voor bewegingsonderwijs als volgt: 1 kilometer hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 20 klokuren; 3,5 kilometer hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 15 klokuren; 7,5 kilometer hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 5 klokuren. Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een lokaal voor bewegingsonderwijs wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor dat lokaal voor bewegingsonderwijs; Het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal voor bewegingsonderwijs. 4.. Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor basisonderwijs de volgende gegevens: Het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een lokaal voor bewegingsonderwijs; De aanduiding van het lokaal voor bewegingsonderwijs waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt; Een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per lokaal voor bewegingsonderwijs wanneer het gebruik in meer dan één lokaal voor bewegingsonderwijs plaatsvindt; Voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal klokuren dat ingevolge artikel 38, eerste lid voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de school. Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt. 5.. Het college stuurt het voorstel tot inroostering binnen twee weken na vaststelling toe aan de bevoegde gezagsorganen van de basisscholen. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel. In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot inroostering. 6.. Het college stelt voor 15 juni en met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen de definitieve inroostering vast van het gebruik van de lokalen voor bewegingsonderwijs voor het volgende schooljaar. Als het college daarbij afwijkt van de reacties van de bevoegde gezagsorganen, dan motiveert het college dat. 7.. Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen de bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het college over de inroostering in de beschikbare lokalen voor bewegingsonderwijs van de basisscholen die onder hun gezag staan. Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van artikel 19 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin van artikel 24, vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel