Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt zich tot doel om de teruggevorderde uitkering en de op derden verhaalde bijstand optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.. Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de in artikel 4:87 van de Awb genoemde betalingstermijn van 6 weken. 3.. Het college ziet van gehele of gedeeltelijke (verdere) invordering af, als de belanghebbende: een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen heeft getroffen, dan wel een (voorlopige) schuldsaneringsregeling door de rechtbank van toepassing is verklaard zoals bedoeld in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Bij deze minnelijke regeling wordt een fraudevordering op de belanghebbende niet meegenomen; een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende 10 jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende 10 jaar weliswaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de eventueel op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigen beweging heeft betaald; gedurende 10 jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; een voorstel tot afkoop doet, op voorwaarde dat: de afkoopsom ten minste 50% van de openstaande vordering bedraagt en ineens wordt voldaan, en het aannemelijk is dat reguliere incasso niet een hoger bedrag oplevert dan de afkoopsom; een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd. 4.. Als de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht geldt dat de termijn in het tweede lid, onder b, c en d 5 jaar is. 5.. Het college ziet niet af van (verdere) invordering als de terugvordering meer dan één keer het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. 6.. Het tweede lid is niet van toepassing als een opgelegde periodieke onderhoudsverplichting nog niet is geëindigd. 7.. Kwijtschelding vindt niet plaats als: de vordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht en voor minder dan 75% is afgelost; de vordering door middel van beslag of (vereenvoudigd) derdenbeslag wordt ingevorderd; de vordering voor invordering is overgedragen aan de gerechtsdeurwaarder, dan wel de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een of meer goederen, dit voor zover de vordering op deze goederen kan worden verhaald; er sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel