Naar hoofdinhoud
1.. Ambtshalve of op aanvraag van de debiteur kan de vordering buiten invordering worden gesteld als de debiteur: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan (dan wel in totaal 60 maanden / termijnen heeft betaald), waarbij zijn gemiddelde inkomen in die periode de beslagvrije voet bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan of overeenkomstig de vastgestelde draagkracht was; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag in één keer aflost, waarbij dat bedrag naar verwachting evenveel of meer oplevert dan de reguliere aflossingsverplichtingen. 2.. Kwijtschelding als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats: indien de debiteur de beschikking heeft over meer vermogen dan de voor hem geldende vermogensgrens van artikel 34 lid 3 Pw waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan. Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering. 3.. Als daarvoor dringende redenen zoals bedoeld in artikel 58 lid 8 aanwezig zijn kan college besluiten geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel