Naar hoofdinhoud
1.. Het inkomen als bedoeld in artikel 31, 32 en 33 van de wet wordt voor 50 % als draagkracht in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan 120 % van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de wet. 2.. Voor zelfstandigen wordt het inkomen berekend conform de regels van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. 3.. Het vermogen boven de gestelde vermogensgrenzen als beschreven in artikel 34 van de wet wordt volledig als draagkracht aangemerkt. 4.. Het vermogen in deze beleidsregels bestaat alleen uit direct beschikbare geldmiddelen in de vorm van: contant geld; geld op bank- en spaarrekeningen; cryptovaluta; waarde van effecten. 5.. In het geval van een gehuwde met een niet-rechthebbende partner, zoals bedoeld in artikel 24 van de wet, wordt voor de bepaling van de draagkracht de norm voor gehuwden gebruikt. 6.. Het inkomen wordt vastgesteld op de toepasselijke bijstandsnorm in geval van één of meer van de volgende situaties van toepassing is; Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen; Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen; inhouding inzake een bestuursrechtelijke premie; beslaglegging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel