Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande:
Toelichting
Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan.
Algemeen
In maat, schaal en verschijningsvorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
Plaatsing
Niet in het voorerfgebied.
Afstand tot voorgevellijn:
Indien bijbehorend bijgebouw minder dan 3 meter breed is, minimaal 1 meter.
Indien bijbehorend bijgebouw meer dan 3 meter breed is, bij voorkeur minimaal 3 meter (45°- principe).
Vorm
Vormt een eenheid met mogelijk bestaande bijbehorende bijgebouwen.
Overwegend rechthoekige plattegrond
Plat dak of een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm.
Maatvoering
Goothoogte/hoogte plat dak:
Maximaal 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw
Maximaal gelijk aan goot/dakrand hoofdgebouw indien daaraan grenzend.
Diepte ten opzichte van achtergevel hoofdgebouw maximaal 5 meter, voor zover gelegen binnen afstand van 1 meter van de zijdelingse erfgrens.
Maximale oppervlakte: zie bestemmingsplan.
Materiaal- en kleurgebruik
De naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijde:
Steen: gelijk aan hoofdgebouw.
Hout of gelijkwaardig: naturel vergrijzend of gedekte, donkere kleur.
Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak dient een gevelopening te bevatten met een oppervlakte van min. 10% van het totale gevelvlak. De gevelopening kan bestaan uit een raam, toegangsdeur of garagedeur.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Bijbehorend bouwwerk, aangebouwd
Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”