Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Bijbehorend bouwwerk, aangebouwd

Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”

Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande: Toelichting Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan. Algemeen In maat, schaal en verschijningsvorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Plaatsing Niet in het voorerfgebied. Afstand tot voorgevellijn: Indien bijbehorend bijgebouw minder dan 3 meter breed is, minimaal 1 meter. Indien bijbehorend bijgebouw meer dan 3 meter breed is, bij voorkeur minimaal 3 meter (45°- principe). Vorm Vormt een eenheid met mogelijk bestaande bijbehorende bijgebouwen. Overwegend rechthoekige plattegrond Plat dak of een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm. Maatvoering Goothoogte/hoogte plat dak: Maximaal 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw Maximaal gelijk aan goot/dakrand hoofdgebouw indien daaraan grenzend. Diepte ten opzichte van achtergevel hoofdgebouw maximaal 5 meter, voor zover gelegen binnen afstand van 1 meter van de zijdelingse erfgrens. Maximale oppervlakte: zie bestemmingsplan. Materiaal- en kleurgebruik De naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijde: Steen: gelijk aan hoofdgebouw. Hout of gelijkwaardig: naturel vergrijzend of gedekte, donkere kleur. Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak dient een gevelopening te bevatten met een oppervlakte van min. 10% van het totale gevelvlak. De gevelopening kan bestaan uit een raam, toegangsdeur of garagedeur.

Rechtspraak bij dit artikel