Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6

Artikel 3.6.1

Prioriteiten

Onderdeel van VTH-Beleidsplan 2019-2024

In onderstaande tabellen zijn voor de taakvelden ‘bouw’, ‘brandveilig gebruik’ en ‘bijzondere wetten’ de resultaten (alleen de hoogste) van de risicoanalyse weergegeven. Dit betreft een momentopname. De uitgangspunten voor de invulling van het Besturingsmodel kunnen veranderen. Dit geldt daarvoor ook voor de uitkomsten. De vastlegging van de (wisselende) uitkomsten vindt plaats in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma Bij het bepalen van de risicovolle objecten wordt gebruik gemaakt van een ordinale rangorde. Een ordinale rangorde betekent dat een toezicht object met een risico van 50 niet twee keer zo risicovol is als een toezicht object met een risico van 25. Men kan enkel veronderstellen dat het ene toezicht object een hoger risico bevat dan de ander. De tabel voor Brandveilig gebruik is afkomstig uit de Risicomodule van de VRU. Interpretatie van onderstaande tabellen Hoe hoger de scores op effect en naleving hoe groter de risico’s Een hoge score op effect betekent: beïnvloeding via vergunningverlening (preventieve toetsing) Een hoge score op naleving betekent: beïnvloeding via toezicht en handhaving (actieve toetsing). Bouw In het taakveld bouw kunnen de grootste nadelige effecten zich voordoen bij (Rijks) monumenten, publieke en bedrijfsbouwwerken met bouwkosten van > €1.000.000. Dat deze categorieën de grootste risico’s met zich meebrengen is te verklaren uit het feit dat zowel het effect (het risico op onomkeerbare schade) als ook de niet-naleving groot is. De overige activiteiten van de lijst kennen vooral een hoge niet-naleefscore. De huidige werkwijze van vergunningverlening blijft grotendeels gehandhaafd hetgeen betekent dat vergunningen diepgaand worden getoetst op brandveiligheids- en constructieve veiligheidsaspecten. Er wordt nu echter minder diepgaand getoetst op de overige elementen uit het Bouwbesluit die betrekking hebben op gezondheid en duurzaamheid, zoals ventilatie, geluid, afmetingen van bepaalde ruimtes, installaties etc. Op deze onderdelen komt in deze planperiode echter wel extra verdieping in de toetsing. Brandveilig gebruik Ziekenhuizen en verpleegtehuizen zijn risicovol omdat hier veel personen aanwezig kunnen zijn waardoor de effectscores hoog uitkomen. Het naleefgedrag van deze instellingen is relatief goed te noemen. Dit betekent dat ten aanzien van Brandveilig gebruik voornamelijk de toetsing vooraf (vergunningverlening) een belangrijke rol speelt in het reduceren van het risico. Het niveau van toetsen wordt daarom diepgaand getoetst door de VRU. Deze lijst is ter beschikking gesteld door de VRU. Een legenda om de totaalscore te duiden is niet toegezonden. Wel is aangegeven dat alle activiteiten die meer dan 50 punten scoren onder ‘zeer groot risico vallen’. APV en Bijzondere wetten ‘Evenement C’ en ‘Kermis organiseren en vergunning’ kennen een hoge effectscore en een relatief goede naleving. Dat houdt in dat diepgaande toetsing, zoals ook nu het geval is, van belang blijft. Kijkend naar het naleefgedrag is de conclusie dat de ‘Exploitatievergunning openbare inrichting’ en ‘Alcoholwetvergunning (commercieel)’ een slecht naleefgedrag kennen. Hier moet de nadruk worden gelegd op toezicht op de naleving van wet- en regelgeving door buitengewoon opsporingsambtenaren om risico’s in te perken. In de exploitatievergunning staan voorwaarden die te maken hebben met de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid in de omgeving van openbare inrichtingen. Deze voorwaarden staan in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Bij APV en bijzondere wetgeving is wel een exercitie gehouden om een differentiering in mogelijke risico’s te krijgen. In de praktijk worden alle aanvragen die zich richten op deze activiteiten echter op eenzelfde wijze getoetst. Milieu De taken ten aanzien van het taakveld milieu worden door de ODRU in mandaat uitgevoerd. De gemeente is bevoegd gezag voor deze taken. Zoals onder paragraaf 3.6. beschreven kent de ODRU nog geen risicoanalyse voor vergunningverlening. De praktische risico’s bij vergunningverlening liggen voor het taakveld milieu bij de tijdigheid van verlening, het actueel houden van de vergunningen en het toepassen van de Best Beschikbare Technieken en landelijke afspraken zoals beschreven in het Landelijk Afvalplan.

Rechtspraak bij dit artikel