Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.1

Huishouden urgentieverklaringen

Onderdeel van Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023

1.. Bij de indeling in een urgentiecategorie wordt gekeken naar de samenstelling van het huishouden voor of bij het ontstaan van het huisvestingsprobleem. Tot het huishouden worden de leden van het huishouden meegerekend indien deze op het moment van de aanvraag: een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren; op hetzelfde woonadres in de BRP staan ingeschreven; en gezamenlijk naar een ander adres dienen te verhuizen. 2.. In aanvulling op het eerste lid dient een huishouden met een minderjarig kind of meerdere minderjarige kinderen aan te tonen: dat er sprake is van gezag over dit kind, of deze kinderen; dat dit kind of deze kinderen hoofdelijk en daadwerkelijk verblijven bij de aanvrager; en dat de kinderen niet (tijdelijk) bij de andere gezaghebbende kunnen wonen. 3.. Een urgentieverklaring kan niet worden toegewezen aan een huishouden dat bij het ontstaan van het huisvestingsprobleem nog geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden voert.

Rechtspraak bij dit artikel