Uitgangspunt is dat de belanghebbende een vordering ineens dient te voldoen. Hierbij wordt de termijn van artikel 4:87 Awb aangehouden.
Op verzoek van de belanghebbende kan de vordering in termijnen worden voldaan als:
de vordering binnen 36 maanden wordt afgelost en
het aflossingsbedrag minimaal € 50,00 bedraagt.
Indien volledige aflossing binnen de in het eerste en/of tweede lid genoemde betalingstermijn niet mogelijk is, stelt het college de maandelijkse aflossing vast.
Het vastgestelde of afgesproken aflossingsbedrag geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
Bij de vaststelling van het aflossingsbedrag wordt rekening gehouden met de beslagvrije voet en de eventuele verhoging hiervan.
Bij de vaststelling van de betalingsverplichting wordt ook rekening gehouden met de bijzondere, financiële en persoonlijke omstandigheden van belanghebbende.
Het onderzoek naar mogelijk gewijzigde financiële omstandigheden wordt periodiek en/of naar aanleiding van meldingen of signalen uitgevoerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Wijze van invordering
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering bedrijfskapitaal Tozo gemeente Weststellingwerf