Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een zaak of terrein als
bedoeld in het vorige artikel de kennisgeving van het voornemen tot
aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment
dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt,
dan wel vaststaat dat de betreffende zaak of terrein niet wordt
geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 11 van deze verordening
van overeenkomstige toepassing.