Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoelt in
artikel 1, onder a, sub 1 te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in
strijd met bij zodanige
vergunning gestelde voorschriften:
a. een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te
verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te
laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
of in gevaar gebracht;
c. aan een terrein, aangewezen als gemeentelijk monument,
graafwerk te verrichten, behoudens de normale
onderhoudswerkzaamheden en ten behoeve van noodzakelijk
archeologisch onderzoek.
Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met
betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden
uitgevoerd.
Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met
een religieuze bestemming geen vergunning als bedoeld in het
tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
gedrang zijn.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 9
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Gulpen-Wittem 2010