Het subsidieplafond voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen in het kader van artikel 3 bedraagt € 2.284.250.
Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen in het kader artikel van 3 het subsidieplafond overtreft, gelden de onderstaande verdeelregels:
Instellingen die in de periode genoemd in artikel 6 hun volledige aanvraag hebben ingediend (groep A) gaan voor instellingen die na die periode hun volledige aanvraag hebben ingediend (groep B).
Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende volledige aanvragen van groep A het subsidieplafond overtreft, wordt het subsidiebudget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de volledige subsidieaanvragen van groep A. In dat geval ontvangen instellingen in groep B geen subsidie.
Indien het resterende subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende volledige aanvragen van groep B ontoereikend is om alle volledige aanvragen uit groep B te honoreren, wordt het subsidiebudget in volgorde van ontvangst van de volledige subsidieaanvragen verdeeld.
Indien bij toepassing van voorgaande lid blijkt dat het resterende budget dient te worden verdeeld tussen twee of meer instellingen van wie de volledige aanvraag die op dezelfde datum zijn ontvangen, waarbij het budget ontoereikend is om deze volledige aanvragen volledig te honoreren, dan wordt het budget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de betreffende volledige subsidieaanvragen.
Wanneer de aanvrager krachtens art 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvulling is ontvangen.
Artikel 12
Subsidieplafond en wijze van verdeling
Onderdeel van Subsidieregeling Onderwijskansen Dijk en Waard 2023 -2026