Er zijn drie deelsubsidieplafonds. Een deelsubsidieplafond voor de activiteiten zoals vermeld in artikel 2 lid 1 onder a – f en h, artikel 2 lid 1 onder g en artikel 2 lid 2 onder a – e.
Indien het subsidiebedrag, voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende volledige aanvragen, het desbetreffende (deel)subsidieplafond overtreft, gelden achtereenvolgens de onderstaande verdeelregels:
Organisaties die in de periode van 1 juli tot 1 september voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, hun volledige aanvraag hebben ingediend (groep A) gaan voor organisaties die vanaf 1 september voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar hun volledige aanvraag hebben ingediend (groep B).
Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende volledige aanvragen van groep A het subsidieplafond overtreft, wordt het subsidiebudget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de volledige aanvragen van groep A.
Indien het resterende subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende volledige aanvragen van groep B ontoereikend is om alle volledige aanvragen uit groep B te honoreren, wordt het subsidiebudget in volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen verdeeld.
Indien bij toepassing van lid 3 blijkt dat het resterende budget dient te worden verdeeld tussen twee of meer instellingen van wie de volledige aanvraag op dezelfde datum zijn ontvangen, waarbij het budget ontoereikend is om deze volledige aanvragen volledig te honoreren, dan wordt het budget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de betreffende volledige aanvragen.
Wanneer de aanvrager krachtens art 4:5 van de Algemene Wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvulling is ontvangen.
Artikel 10
Verdeling van de (deel)subsidieplafonds
Onderdeel van Subsidieregeling Welzijn, Participatie en Jeugd Dijk en Waard 2024