De jaarlijkse uitvoeringskosten komen voort uit het begeleiden van de uitvoering en handhaving van het beleid. De hoogte van de bestuurslasten zijn afhankelijk van:
het aantal verleende omgevingsvergunningen;
de omvang van de ontwikkelingsgerichte ruimtelijke plannen (oppervlakte) in relatie tot de beleidskeuzen (ondergrenzen voor het verplicht stellen van archeologisch onderzoek);
de omvang van de met een archeologische (verwachtings)waarde belaste gebieden.
Met de implementatie van het gemeentelijk beleid en de bijbehorende vergunningsvoorschriften kan de gemeente in belangrijke mate invulling geven aan het zogenaamde veroorzakerprincipe. Van initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen kan op basis daarvan verlangd worden dat zij de kosten van benodigde archeologische maatregelen en werkzaamheden voor hun rekening nemen.