Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.

Uitoefening en overdracht van bevoegdheden

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften Apeldoorn

1.. De kamervoorzitters oefenen de bevoegdheden ingevolge die hierna genoemde artikelen van de wet, namens het gemeentelijk orgaan uit: verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid; stellen van een termijn waarbinnen een verzuim kan worden hersteld als bedoeld in artikel 6:6; toezenden van stukken aan de gemachtigde als bedoeld in artikel 6:17; uitnodigen voor een hoorzitting als bedoeld in artikel 7:2, tweede lid; ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebben stukken als bedoeld in artikel 7:4, tweede lid; bij afzonderlijk horen van belanghebbenden afzien van het ieder van hen op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn afwezigheid als bedoeld in artikel 7:6, vierde lid; opschorten of verdagen van de beslistermijn, verder uitstellen en het hiervan mededeling doen als bedoeld in artikel 7:10, tweede tot en met vijfde lid. 2.. De commissie, commissievoorzitter, kamers en kamervoorzitters zijn bevoegd tot mandaat, ondermandaat, machtiging of ondermachtiging van de aan hen bij attributie, mandaat of machtiging toegekende bevoegdheden, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel