**1..** In hoofdstuk I ‘Algemene bepalingen, artikel 7, paragraaf 1, derde
lid,’Teveel betalingen, bladzijde 35, is toegevoegd:
‘(Gecombineerde) belastingaanslagen van minder dan € 6,00 en aanslagen
waarvan de kosten van de invordering hoger zijn dan het aanslagbedrag
(bijvoorbeeld betalingen in andere valuta) worden niet opgelegd. Zo
worden terugbetalingen van minder dan € 6,00 niet uitgevoerd.’
**2..** In hoofdstuk I ‘Algemene bepalingen, artikel 7, paragraaf 1, vijfde lid,
‘Splitsing in kosten, rente en belastingaanslag, bladzijde 36, is aan de
zin ‘Onder rente wordt uitsluitend verstaan de invorderingsrente’,
toegevoegd:
‘De eerste € 25,00 aan invorderingsrente wordt niet in rekening
gebracht.’
**3..** In hoofdstuk II ‘Invordering in eerste aanleg’ artikel 10, paragraaf 1,
vijfde lid, ‘Faillissement’, bladzijde 43, toevoegen:
Schulden aan bedrijven die niet aangesloten zijn bij het NVK
(Nederlandse Vereniging Kredietverlening) worden niet meegenomen in het
faillissement of WSNP.
**4..** In hoofdstuk III ‘Dwanginvordering’, artikel 11, paragraaf 1, eerste
lid, ‘Eerste vervolgingsmaatregel’, bladzijde 45, wordt na de vierde
volzin toegevoegd,
‘Aanmaningen voor een openstaand bedrag van minder dan € 6,00 worden
niet opgelegd,’
**5..** In hoofdstuk III, ‘Dwanginvordering’, artikel 13, paragraaf 1, tweede
lid, ‘Wijze van betekenen’, bladzijde 48, wordt toegevoegd:
‘Een dwangbevel per post blijft achterwege wanneer het openstaande
bedrag minder dan € 6,00 bedraagt. Een dwangbevel betekent door de
belastingdeurwaarder blijft achterwege wanneer het openstaande bedrag
minder dan € 25,00 bedraagt’.
**6..** In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’ is aan artikel 25, paragraaf 2,
eerste lid, ‘Inleiding’, bladzijde 92, wordt na de vijfde volzin
toegevoegd:
‘Van het voorgaande is geen sprake wanneer het bezwaar is gericht tegen
de waarde op de WOZ-beschikking.
Er wordt eveneens geen uitstel van betaling verleend in de (hoger)
beroepfase en cassatiefase.’
**7..** In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’ is aan artikel 25, paragraaf 13,
eerste lid, ‘Duur betalingsregeling’ bladzijde 97, toegevoegd:
‘met maximaal acht termijnen’.
**8..** In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 1, is het
negende lid, ‘Verzoek niet ingediend op het daarvoor bestemde
formulier’, bladzijde 105, gewijzigd in:
‘Een verzoek om kwijtschelding dat niet is ingediend op het daartoe
bestemde formulier wordt niet als een verzoek om kwijtschelding in
behandeling genomen. De stukken worden teruggestuurd naar belanghebbende
met het verzoek een compleet ingevuld kwijtscheldingsformulier met
bijbehorende afschriften toe te zenden. Pas na ontvangst van het
‘complete’ verzoekschrift wordt het verzoek om kwijtschelding ingeboekt
en in behandeling genomen.’
**9..** In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 1, is het
tiende lid, ‘Aanvulling verzoek/niet ingevuld of onjuist ingevuld
formulier, bladzijde 105, gewijzigd in:
‘Een verzoek om kwijtschelding dat onvolledig wordt terugontvangen
wordt niet als een verzoek om kwijtschelding in behandeling genomen. De
stukken worden teruggestuurd naar belanghebbende met het verzoek een
compleet ingevuld kwijtscheldingsformulier met bijbehorende afschriften
toe te zenden. Pas na ontvangst van het ‘complete’ verzoekschrift wordt
het verzoek om kwijtschelding ingeboekt en in behandeling genomen.’
**10..** In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 1, is het
elfde lid, ‘Houding van de ontvanger, bladzijde 125 niet opgenomen. Moet
zijn:
‘Gedurende de behandeling van het verzoek om kwijtschelding worden ten
aanzien van de belastingschuldige geen dwanginvorderingsmaatregelen, als
bedoeld in hoofdstuk III van de wet, genomen of voortgezet ten aanzien
van de belastingaanslag(en) waarvan kwijtschelding is verzocht. Als er
aanwijzingen bestaan dat de belangen van de gemeente kunnen worden
geschaad, kan de ontvanger ondanks het verzoek om kwijtschelding wel
invorderingsmaatregelen treffen.’
**11..** In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 2, zesde
lid, ‘De auto als vermogensbestanddeel’, bladzijde 109, wordt aan de zin
‘De onmisbaarheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan
aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van een vertrouwensarts
niet zijnde huisarts.’ toegevoegd:
of een afschrift van de invalidenparkeerkaart.
**12..** In hoofdstuk IV ‘Bijzondere bepalingen’, artikel 26, paragraaf 6, tweede
lid, ‘Herhaald verzoek om kwijtschelding’, bladzijde 133, wordt
‘Wanneer de belastingschuldige geen administratief beroep instelt tegen
de afwijzende beschikking van de ontvanger maar voor dezelfde aanslag
opnieuw een verzoek tot kwijtschelding indient,’
vervangen door:
‘Wanneer de belastingschuldige binnen 10
dagen na de afwijzingsbeschikking van het verzoek tot
kwijtschelding, in plaats van administratief beroep, opnieuw een
kwijtscheldingsformulier indient, wordt dit formulier aangemerkt als
administratief beroep en’
Artikel 3
Afwijkingen van de Leidraad
Onderdeel van Beleidsregels invordering van gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2008