Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Benoeming, zittingsduur en beëindiging lidmaatschap

Onderdeel van Verordening cliëntenraad Wet werk en bijstand/ Wet sociale werkvoorziening 2008

1.. De leden van de cliëntenraad worden op voordracht van de cliëntenraad benoemd door het college. 2.. De zittingsduur van de leden is, behoudens tussentijds aftreden, vier jaar. Zij zijn daarna meteen herbenoembaar voor ten hoogste eenzelfde periode. 3.. Het lidmaatschap van de cliëntenraad eindigt door: het ophouden van de hoedanigheid waaraan het lid zijn lidmaatschap ontleent; ontslag door het college op eigen verzoek, welk verzoek schriftelijk bij het college moet worden ingediend met een afschrift aan de voorzitter van de cliëntenraad; ontslag door het college, op voordracht van de cliëntenraad, als betrokkene zijn/haar taak niet naar behoren vervult. De cliëntenraad moet voorafgaand aan het doen van deze voordracht het desbetreffende lid of zijn/haar vertegenwoordiger horen; door overlijden. 4.. Beëindiging van het lidmaatschap als bedoeld in lid 3 onder a wordt aan betrokkene bevestigd door een ontslagbrief van het college. Het aftredend lid blijft, zolang in de vacature nog niet is voorzien, nog maximaal drie maanden lid van de cliëntenraad. 5.. Beëindiging van het lidmaatschap als bedoeld in lid 3 onder b wordt schriftelijk door het college aan betrokkene bevestigd. 6.. Beëindiging van het lidmaatschap als bedoeld in lid 3 onder c wordt geëffectueerd vier weken na ontvangst van de desbetreffende ontslagbrief van het college. 7.. Doet zich een vacature in de cliëntenraad voor dan kunnen kandidaten voor vervulling van deze vacature worden aangemeld door de leden van de cliëntenraad zelf en bij de secretaris van de cliëntenraad door de portefeuillehouder Sociale zaken en Werkgelegenheid, management en medewerkers van de afdeling Samenleving. 8.. Bij het ontstaan van een vacature onderneemt de voorzitter van de cliëntenraad onmiddellijk de nodige stappen ter opvulling van de vacature.

Rechtspraak bij dit artikel