1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden (perspectiefnota) en de eerste 8 maanden (herfstnota) van het lopende boekjaar.
2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar programmaonderdelen over het lopende boekjaar, met mutaties voor de komende 3 jaren;
b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar programmaonderdelen over het lopende boekjaar, met mutaties voor de komende 3 jaren;
c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting;
d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c;
e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e;
g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten, en
3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.
Artikel 6.
Tussentijdse rapportages
Onderdeel van Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) 2023