Beperken geluidsvolume
Om gehoorschade bij kinderen/jongeren te voorkomen zorgt de horecaondernemer ervoor dat bij horeca-activiteiten die voornamelijk gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar of bij activiteiten waar personen van alle leeftijden aanwezig zijn het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 88 dB(A) bedraagt. Dit is inclusief stem- en omgevingsgeluid. Van kinderen kan namelijk niet verwacht worden dat zij hun eigen gehoor beschermen. Waarschuwingen en gehoorbescherming zijn dan niet nodig.
Bij alle overige horeca-activiteiten spant de horecaondernemer zich in om het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 92 dB(A) te laten bedragen. Dit is de gezondheidskundige streefwaarde en is inclusief stem- en omgevingsgeluid. Uitzondering hierop wordt gemaakt voor de horecabedrijven waarvan de hoofdactiviteit het produceren van geluid betreft, zoals cafés, discotheken, clubs, feestzalen en theaters/culturele centrums. Bij deze horecabedrijven mag het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte wel meer dan 92 dB(A) bedragen, inclusief stem- en omgevingsgeluid. De horecaondernemer zorgt er in dat geval voor dat het geluidsniveau maximaal 103 dB(A) bedraagt, inclusief stem- en omgevingsgeluid, mits onderstaande aanvullende maatregelen worden getroffen. Wel moet zoveel als mogelijk gestreefd worden naar een geluidsniveau rond de 92 dB(A).
Maatregelen gehoorbescherming
Bij een geluidsniveau hoger dan gemiddeld 92 dB(A) is gehoorbescherming erg belangrijk. Bij productie van een dergelijke geluidsniveau moet daarom door horecaondernemer informatie worden verschaft over gehoorschade, gehoorbescherming met een muziekfilter beschikbaar worden gesteld en moeten de geluidsboxen tot een afstand van 2 meter zoveel als mogelijk van het publiek worden afgeschermd.
Informatievoorziening
Bezoekers moeten worden voorgelicht over:
hoe zij gehoorschade kunnen voorkomen;
waar gehoorbescherming verkrijgbaar is in het horecabedrijf;
de te verwachten geluidsniveaus en op welke plekken binnen het horecabedrijf het volume zo laag is dat het gehoor rust kan krijgen (bijvoorbeeld geluidplattegronden en actuele decibeldisplays).
Informatieverstrekking kan bijvoorbeeld via de website van het horecabedrijf, bij de toegang of op posters of digitale schermen.
Gehoorbescherming
In het horecabedrijf moet op een laagdrempelige manier gehoorbescherming verkrijgbaar zijn. Dit kan door bijvoorbeeld verkoop van gehoorbescherming bij de ingang, de bar of bonnenverkoop of door het plaatsen van oordopautomaten.
Gehoorbescherming die wordt aangeboden moet het geluid aanzienlijk reduceren, zonder dat dat ten koste gaat van de geluidbeleving. Gehoorbescherming moet een minimale beschermingsfactor van SNR15 hebben. Schuimoordoppen als gehoorbescherming worden afgeraden, omdat deze vaak niet goed afsluiten, deze doppen de muziek vervormen en er lastig een gesprek mee gevoerd kan worden. Ook worden schuimoordoppen vaak niet goed ingedaan, waardoor een vals gevoel van veiligheid ontstaat.
Overige bescherming
Onderstaande maatregelen zijn niet verplicht, maar helpen de gehoorschaderisico’s verder te beperken, meestal zonder aantasting van de geluidbeleving:
De muziekinstallatie is voorzien van een geluidsbegrenzer.
Creëer geluidsluwe zones en las stilte pauzes. Zorg ook voor dynamiek in de muziek door een bewuste afwisseling van geluidsvolume tussen en binnen nummers. Daardoor blijft de beleving goed gedurende het luisteren naar de muziek (of neemt deze zelfs toe), zonder dat het nodig is om de volumeknop in de loop van de tijd steeds verder open te draaien. Het maakt bezoekers eerder bewust van bijvoorbeeld oorsuizingen als eerste signaal dat het geluid te hard is.
Bepaal de meest ideale opstelling van de geluidsinstallatie en inrichting van het horecabedrijf, met het doel de geluidsbelasting voor de bezoekers te beperken.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.8
Artikel 5.8.9
Gehoorbescherming
Onderdeel van Uitvoeringsbeleid horeca Oirschot 2023