Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1.

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Vijfheerenlanden 2023

1.. Het is een inrichting toegestaan op ten hoogste 8 per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden, waarbij de geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste 2 weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2.. Het is een inrichting toegestaan op ten hoogste 8 per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste 2 weken voor de aanvang het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3.. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4.. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan, wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats welke op dat formulier is vermeld. 5.. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6.. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr.LT veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur LAr.LT ter plaatse van gevels van geluidsgevoelige gebouwen en op grens van geluidsgevoelige terreinen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAr.LT in ruimten van geluidsgevoelige gebouwen (indien er sprake is van een aanpandig of inpandig geluidsgevoelig gebouw) 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. 7.. Het college kan geluidsnormen stellen die afwijken van de in lid 6 genoemde waarden. 8.. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit en artikel 4.5, van deze verordening uiterlijk om 01.00 uur beëindigd. 9.. Op de dagen als bedoeld in het tweede lid moet de verlichting zijn uitgeschakeld tussen 01.00 uur en 07.00 uur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel