De raad en de Burgemeester verlenen, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft en voor zover de bevoegdheid zich er niet tegen verzet, al hun bevoegdheden aan de Griffier, met uitzondering van:
de personele bevoegdheden t.a.v. de griffier zelf
de bevoegdheden die de raad verleent aan de voorzitter van de CPR, de voorzitter van het dagelijks bestuur en de voorzitter van de Rekenkamer.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Algemeen mandaat
Onderdeel van Mandaatregeling gemeenteraad en burgemeester gemeente Utrecht