**1..** De vergunning kan worden ingetrokken, wanneer de vergunninghouder:
De standplaats gedurende vier aaneengesloten weken niet inneemt, met uitzondering van gevallen van overmacht;
Het bij of krachtens deze beleidsregels bepaalde overtreedt;
Niet of niet tijdig de rechten, onder welke naam dan ook verschuldigd, voldoet;
Zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
Andere producten verkoopt of diensten aanbiedt dan waarvoor in de vergunning is aangevraagd en verleend.
**2..** Onverminderd de intrekkingsgronden opgenomen in artikel 1:6 van de APV, kan een vergunning worden ingetrokken of gewijzigd als:
De vergunninghouder de vergunning opzegt:
De vergunninghouder in strijd handelt met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
Zich alsnog een weigeringsgrond voordoet wegens nieuwe feiten of gewijzigde inzichten;
De vergunning niet (langer meer) gebruikt wordt overeenkomstig de gegevens en uitgangspunten die ten grondslag lagen aan de beslissing op de aanvraag, waaronder begrepen een wezenlijke verandering van de aard van de aangeboden producten of diensten of van de kraam, dan wel verkoopinrichting;
Veranderende omstandigheden of gewijzigde inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel;
De vergunninghouder zijn bedrijf beëindigt, failleert of overlijdt (zie ook art. 10 lid 2).
Hoofdstuk 8.
Artikel 15.
Intrekking vergunning
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen Etten-Leur 2023