Naar hoofdinhoud
1.. De accountantscontrole vindt plaats door een door de raad te benoemen accountant. De aanwijzing van de accountant geschiedt voor een periode van vier jaar, met een optie tot verlenging met maximaal drie jaar. 2.. Burgemeester en wethouders bereiden in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor. 3.. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. Het programma van eisen bevat voor de jaarlijkse accountantscontrole in ieder geval: de toe te passen goedkeuringstoleranties bij de accountantscontrole, de verantwoordingsgrens door burgemeester en wethouders en afwijkende rapportagegrenzen; de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbasis; en goedkeuringstoleranties en afwijkende rapporteringstoleranties; de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; de aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; de posten van de jaarrekening met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole specifiek aandacht dient te besteden; de gemeentelijke producten of organisatieonderdelen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole specifiek aandacht dient te besteden. 4.. In afwijking van het derde lid, aanhef, kan de raad in het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant de onder f en g genoemde onderdelen vaststelt. 5.. De raad stelt de selectiecriteria en per selectiecriterium de bijbehorende wegingsfactoren vast.

Rechtspraak bij dit artikel