Hergebruik van sterk verontreinigde grond is onder het Bbk niet zondermeer toegestaan. Wanneer sprake is van een gebiedseigen diffuse verontreiniging, waarbij de gehalten boven de interventiewaarden liggen, maar er geen sprake is van het overschrijden van het saneringscriterium, kan de gemeente het herschikken van deze grond binnen het geval van bodemverontreiniging namelijk toestaan door hiervoor gebiedsspecifiek beleid op te stellen. Het herschikken binnen het saneringsgeval moet daarnaast in een saneringsplan worden beschreven. De wettelijke basis hiervoor ligt in de Wet bodembescherming en bij het desbetreffende bevoegde gezag.
Toepassen van sterk verontreinigde grond onder de Omgevingswet
Voor het toepassen van sterk verontreinigde grond geldt dat dit alleen mag plaatsvinden voor zover de grond of baggerspecie afkomstig is van een diffuus sterk verontreinigde locatie en deze grond of baggerspecie ook weer wordt toegepast op een diffuus sterk verontreinigde locatie binnen het bodembeheergebied (artikel 4.1273 van het Bal).
In paragraaf 4.124 van het Bal zijn de specifieke voorwaarden en beperkingen opgenomen voor het stellen van maatwerkregels en maatwerkvoorschriften voor de kwaliteitseisen waaraan grond of baggerspecie bij het toepassen moeten voldoen. De eisen kunnen worden verscherpt (bij behoefte aan meer bescherming) maar ook worden versoepeld. Het versoepelen van kan echter alleen als de grond of baggerspecie afkomstig is uit een aangewezen bodembeheergebied (die wordt aangewezen in het omgevingsplan) en ook weer binnen dat gebied wordt toegepast.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.2
Toepassen van sterk verontreinigde grond
Onderdeel van Nota bodembeheer