Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.5

Artikel 4.5.2

Generieke vs. gebiedsspecifieke toepassingskaart

Onderdeel van Nota bodembeheer

De bodemkwaliteitskaart bevat twee typen toepassingskaarten: Generieke toepassingskaart (van de boven- en ondergrond). Gebiedsspecifieke toepassingskaart (van de boven- en ondergrond). Op beide toepassingskaarten is de kwaliteitsklasse aangegeven waar een partij grond of baggerspecie aan moet voldoen wanneer men deze op een bepaalde locatie binnen het beheergebied wil toepassen. De kwaliteitsklassen weergegeven op de generieke toepassingskaart volgen uit de ontgravingskwaliteit en de functieklasse van de ontvangende bodem. De strengste van beide klassen bepaalt uiteindelijk de kwaliteitsklasse waar een toe te passen partij grond of baggerspecie aan moet voldoen. Voor het toepassen van een partij grond of baggerspecie van buiten het beheergebied dient altijd de generieke toepassingskaart te worden gevolgd. Uitsluitend voor partijen grond die uit het beheergebied (zie paragraaf 1.6 van deze Nota) afkomstig zijn, kan de toepassingseisen op de gebiedsspecifieke toepassingskaart worden gevolgd. De gebiedsspecifieke toepassingskaart is een combinatie van de generieke toepassingskaart én de gebiedsspecifieke toepassingseisen zoals beschreven in de Nota. Deze kaart bevat daarmee dus de lokale normstelling meer die ruimte biedt aan afzet van grond afkomstig uit het eigen beheergebied.

Rechtspraak bij dit artikel