Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.8

Artikel 4.8.1

Grootschalige toepassing onder het huidige stelsel

Onderdeel van Nota bodembeheer

Een grootschalige bodemtoepassing is een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond of baggerspecie wordt toegepast. Zoals beschreven in de artikelen 62 t/m 64 van het Besluit bodemkwaliteit is de voorwaarde dat minimaal een volume van 5.000 m3 en een toepassingshoogte van 2 meter moet worden aangehouden. Op grond van het gestelde in artikel 63 van het Bbk mogen, voor wat betreft het toepassen op landbodem, alleen de volgende toepassingen onder de noemer van een grootschalige toepassing worden gerealiseerd: Toepassingen van grond en baggerspecie in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen; Toepassingen van grond en baggerspecie voor het afdekken van een saneringslocatie of een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de omgeving; Toepassing van grond en baggerspecie in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen. Omdat het niet is toegestaan dat de grootschalige bodemtoepassing definitief onderdeel gaat uitmaken van de bodem, kan bij ophogingen van industrieterreinen en woningbouwlocaties niet worden gekozen voor het toetsingskader van een grootschalige bodemtoepassing. Criteria grootschalige bodemtoepassing De partij grond of baggerspecie die in een grootschalige toepassing wordt verwerkt hoeft, in tegenstelling tot een generieke bodemtoepassing, niet te worden getoetst aan de kwaliteits- en kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie, namelijk maximaal klasse industrie. Aangezien een partij met de kwaliteitsklasse industrie (of wonen) op een schonere bodem mag worden toegepast, moet worden voorkomen dat hierdoor de ontvangende bodem verontreinigd raakt. Vandaar dat aan de toe te passen partij grond of baggerspecie eisen worden gesteld aan de mate van uitloging die mag optreden (in de vorm van maximale emissiewaarden). De grootschalige bodemtoepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van grond of baggerspecie van tenminste 0,5 meter. In figuur 4.8 is de grootschalige bodemtoepassing grafisch weergegeven. Het Besluit bodemkwaliteit voorziet tevens in een verplichting tot beheer en nazorg. De aangewezen beheerder is verantwoordelijk voor het in stand houden van de vorm en de hoeveelheid waarin deze is toegepast en geregistreerd staat. Figuur 4.8: Grootschalige bodemtoepassing Uitzonderingsgevallen Voor Rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen, waarop een aaneengesloten laag bouwstoffen wordt toegepast, geldt een minimale toepassingshoogte van 0,5 meter. Daarnaast mag, voor de aanleg van de bermen of taluds, tot maximaal 10 m uit de weg, grond of baggerspecie van maximaal de kwaliteitsklasse industrie worden gebruikt (zie figuur 4.9). Figuur 4.9: Uitzondering Rijkswegen, Provinciale wegen en spoorwegen

Rechtspraak bij dit artikel