Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages ten minste twee maal per jaar over de realisatie van de begroting van de gemeente.
In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de laatst vastgestelde ramingen van de baten en lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 10.000 toegelicht.