De ingezette instrumenten/voorzieningen, die zijn ingezet, kunnen om een aantal redenen worden
beëindigd. Het is aan de casemanager om gemotiveerd te beoordelen of hiervan sprake is. De beëindiging vindt altijd plaats in overleg met het re-integratiebedrijf, dat het trajectplan uitvoert.
De voorziening/instrument kan worden beëindigd:
als de belanghebbende zijn/haar verplichtingen niet nakomt;
als de belanghebbende niet meer behoort tot de doelgroep van de Participatiewet, IOAW of IOAZ (bijvoorbeeld verhuist naar een andere gemeente of gaat trouwen/samenwonen met een partner met inkomsten);
als belanghebbende gaat werken en daardoor inkomensonafhankelijk wordt;
als de voorziening naar het oordeel van de gemeente onvoldoende bijdraagt aan de kansen om werk te vinden.
Artikel 12
Beëindigingsgrond
Onderdeel van Beleidsregel Re-integratie en participatie gemeente Lingewaard 2023-1