Naar hoofdinhoud
1.. De inkomsten uit commerciële verhuur, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 60,00 per maand. 2.. De inkomsten van een of meerdere kostganger(s), zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 350,00 per maand. 3.. Ten aanzien van lid 1 en 2 moet aan navolgende voorwaarden worden voldaan: a. De afspraken over de verhuur van de woning moeten op papier staan, in een huur- of kostgangersovereenkomst én; b. Belanghebbende toont het bij lid a genoemde aan door navolgende gegevens in te leveren: - een huur- of kostgangersovereenkomst én; - bankafschriften waaruit duidelijk blijkt dat de gevraagde prijs werkelijk wordt betaald én; - aangifte inkomstenbelasting (alleen als belanghebbende deze inkomsten moet opgeven aan de Belastingdienst). 4.. Het bedrag dat wordt vrijgelaten wordt jaarlijks opnieuw berekend. De grondslag van de berekening vloeit voort uit hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijnen Vrij Te Laten Bedrag (VTLB) met een afronding van € 5,00 naar boven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel