**1..** Er bestaat recht op studietoeslag als belanghebbende:
als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te ververwerven;
studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of een tegemoetkoming krijgt op grond van de WTOS. Het leven-lang-leren-krediet van de WSF valt niet hieronder;
geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong.
**2..** Voor het bepalen of de belanghebbende recht heeft op de studietoeslag wordt de situatie op de peildatum beoordeeld.
**3..** Het college beoordeelt of een persoon niet in staat is om inkomsten te verwerven naast de studie als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek. Daartoe vraagt het college medisch advies.
**4..** Het college vraagt geen medisch advies indien het college op basis van beschikbare gegevens van het UWV, eventuele eerdere medische keuringen en informatie vanuit het netwerk zoals bijvoorbeeld een onderwijsinstelling, de beoordeling bedoeld in het derde lid kan maken.
**5..** Wanneer het in een individueel geval objectief waarneembaar is, dat er beperkingen aanwezig zijn en overigens voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste en vierde lid, besluit het college tot het toekennen van een studietoeslag.
**6..** Indien het college heeft vastgesteld dat de belanghebbende behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet, dan gaat het college er bij vervolgaanvragen maximaal 5 jaar voor de studietoeslag vanuit dat de belanghebbende nog behoort tot de doelgroep van de studietoeslag.
**7..** Onverminderd het bepaalde in artikel 36b van de Participatiewet geldt het volgende. Als de belanghebbende niet aantoont dat er recht is op studiefinanciering dan wel een toeslag, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze beleidsregels dan wel niet meewerkt aan het verkrijgen van een medisch advies zoals bedoeld in artikel 3, derde lid van deze beleidsregels, dan bestaat er geen recht op de studietoeslag (medewerkingsplicht).