**1..** Wanneer een lid van het gezin gaat werken, dan vervalt het leefgeld van alle gezinsleden.
**2..** Wanneer een lid van het gezin gaat werken en het inkomen is minder dan het beschikte leefgeld- bedrag dan is het aan het gezin om bewijslast aan te dragen, zodat het leefgeld wordt aangepast.
**3..** De toelage wordt verrekend met ingang van de 1e dag van de volgende kalendermaand.
**4..** Er vindt geen verrekening plaats van inkomsten in de huidige/lopende maand.
**5..** In uitzondering op lid 4 vindt er wel een verrekening plaats, als vooraf bekend is wanneer iemand in de komende kalendermaand gaat werken. Er wordt dan leefgeld betaald tot aan de dag, waarop het betaalde werk aanvangt.
**6..** Er wordt uitgegaan van het netto-inkomen uit werk. Bij een eventuele verrekening worden vakantiegeld of eventuele eindejaarsuitkeringen niet meegerekend met uitzondering van de maand waarin de vergoeding plaatsvindt.
**7..** De Openbaar Vervoer vergoeding van minderjarige kinderen in het voortgezet onderwijs stopt, zodra er geen recht meer is op leefgeld.
**8..** Wanneer een vluchteling stopt met werken dan is er niet automatisch weer recht op leefgeld. Er volgt altijd een gesprek met de gemeente bij het stoppen van werk. Indien er een niet verwijtbare reden is, dan kan er opnieuw leefgeld worden ingesteld. Bij een verwijtbare reden is er niet automatisch recht op leefgeld. We handelen hier in de geest van de Participatiewet.
**9..** Bij vermoeden van zwart werken kan de gemeente een onderzoek instellen gelijk aan de mogelijkheden uit de Participatiewet.