**1..** Het aflossingsbedrag wordt genoemd in de beschikking. Het is de door het bestuur opgelegde verplichting om te betalen aan aflossing. Het aflossingsbedrag dat met de betrokken persoon door een minnelijke regeling is afgesproken, geldt ook als een opgelegde verplichting om te betalen.
**2..** Een besluit tot terugvordering vermeldt:
Tot welk bedrag en over welke periode de ten onrechte ontvangen uitkering wordt teruggevorderd;
de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald door de belanghebbende. De termijn wordt in beginsel gesteld op 6 weken;
de mogelijkheid voor belanghebbende om voor het verstrijken van de betalingstermijn, zoals genoemd in het besluit, een betalingsvoorstel te doen en/of een verzoek in te dienen tot een betalingsregeling;
op welke wijze het besluit, bij gebrekkige betaling, ten uitvoer zal worden gelegd, waaronder tevens begrepen: de aankondiging dat eventuele executiekosten vanwege inschakeling derden voor rekening van belanghebbende zijn.
**3..** Bij het verrekenen of invorderen van openstaande vorderingen geldt de volgende betalingsvolgorde:
Boete;
teruggevorderde belaste bijstand van het lopende jaar, waarover per 1 januari van het nieuwe jaar nog loonheffing teruggevorderd kan gaan worden;
alle overige vorderingen te beginnen bij de oudste vorderingen.
**4..** Vorderingen worden voor zover mogelijk via (pseudo)verrekening met (lopende) uitkeringen geïncasseerd.
**5..** Als verrekening niet mogelijk is, wordt aan de betrokken persoon een periode van zes weken gegeven voor het betalen van de volledige vordering(en). Dit komt overeen met wat staat in artikel 4:87 van de Algemene wet bestuursrecht.
**6..** Bij verhuizing buiten het werkgebied van de Gemeente Lingewaard zullen alle openstaande vorderingen, worden verrekend met de nog te betalen uitkeringen, inclusief vakantie-uitkering.
**7..** Op verzoek van de betrokken persoon kan een afspraak worden gemaakt over terugbetalen, als het terugbetalen binnen de aangegeven periode niet mogelijk is door de financiële situatie van de betrokken persoon.
**8..** Een verzoek om een afspraak over afbetalen wordt afgewezen als de betrokken persoon vermogen heeft wat kan worden gebruikt voor het afbetalen. Bij het vaststellen van het vermogen kan artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet worden overgeslagen.
**9..** Het aflossingsbedrag voor het terugbetalen van een vordering, welke niet zijn ontstaan door het niet nakomen van de plicht om informatie aan te leveren over belangrijke veranderingen (inlichtingenplicht), wordt bij mensen met recht op een uitkering en bij betrokken personen die aan het werk gaan, op 5% van de juiste netto grondslag of uitkering bepaald. Dit aflossingsbedrag mag niet hoger zijn dan het verschil tussen de (bijstands)norm en de beslagvrije voet zoals genoemd in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**10..** Het aflossingsbedrag voor het terugbetalen van een vordering, waarbij het niet gaat om vorderingen die zijn ontstaan door het niet nakomen van de plicht om informatie te delen kan bij uitkeringsgerechtigden op 5% van de toepasselijke netto grondslag bepaald worden als er door derden beslag gelegd wordt op de uitkering, maar nooit hoger dan het verschil tussen de (bijstands)norm en de beslagvrije voet genoemd in de artikelen 475c,475d en 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**11..** Het aflossingsbedrag voor het terugbetalen van een vordering die is ontstaan door het niet nakomen van de plicht om informatie te delen en voor de bestuurlijke boete volgens artikel 18a van de Participatiewet, wordt tijdens maximaal drie jaar bepaald op dat deel van het inkomen wat meer is dan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Is de vordering na afloop van deze periode nog niet voldaan en heeft de betrokken persoon tijdens drie jaar aan zijn verplichting om af te lossen voldaan, dan kan op verzoek het aflossingsbedrag worden aangepast zoals genoemd in het lid van dit artikel dat past bij de betrokken persoon.
**12..** Het aflossingsbedrag voor het terugbetalen van een vordering wordt bij een betrokken persoon die geen uitkering meer ontvangt maar niet uit de uitkering stroomt door het aannemen van werk vastgesteld op 50% van het positieve verschil tussen het besteedbaar inkomen per maand (inclusief vakantiegeld) en de juiste netto grondslag. Bij dit bedrag wordt de aflossingscapaciteit van 5%, opgeteld bij de juiste netto grondslag.
**13..** Het bestuur legt geen aflossingsbedrag op zoals genoemd in de leden 7 tot en met 10 van dit artikel als met de betrokken persoon een minnelijke regeling voor de betaling van een vordering wordt afgesproken. Deze moet volgens het bestuur passend zijn bij de persoonlijke en financiële situatie van de betrokken persoon.
**14..** Bij het bepalen van het inkomen wordt artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet gebruikt. Aanvullend daarop wordt ook de inkomenstoeslag volgens de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet niet meegeteld in het inkomen van de betrokken persoon.
**15..** Als de uitkering wordt beëindigd en er staan nog vorderingen open wordt de persoon die moet betalen gevraagd binnen twee weken te betalen, behalve als een andere organisatie dit bedrag moet ontvangen/voorrang heeft.
Hoofdstuk 2
Artikel 11.
Verplichtingen met betrekking tot de invordering
Onderdeel van Beleidsregel Terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Lingewaard 2023-1