De agendacommissie toetst in haar eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek of het verzoek voldoet aan de in artikel 38 genoemde eisen met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering, waarin de agendacommissie over het verzoek toetst aan de vereisten.
In de in het eerste lid genoemde vergadering beslist de agendacommissie op welke agenda van de vergadering van de raad het burgerinitiatiefvoorstel wordt geplaatst dat voldoet aan de in artikel 38 genoemde eisen.
Indien de raad het verzoek niet inhoudelijk behandelt wegens strijd met artikel 37, onder a, dan kan de raad het voorstel ter afhandeling doorzenden aan burgemeester en wethouders.
De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk dan wel digitaal uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering gedurende in totaal maximaal 30 minuten de gelegenheid om zijn burgerinitiatief-voorstel mondeling nader toe te lichten.
Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in de gemeentelijke rubriek van een huis-aan-huisblad, dan wel door plaatsing op de gemeentelijke website.
Voorafgaand aan de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker.