Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor:
basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;
speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer kilometer; of
speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra meer bedraagt dan zes kilometer.
In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.
Voor de leerling die naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs gaat en
die niet (meer) gehandicapt is op grond van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Noordenveld 2023; en
waarbij de leerling bij een voorgaande, door het college toegekende vervoersvoorziening nog wel gehandicapt was op grond van de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Noordenveld (2015) of op grond van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Noordenveld 2023;
is er een overgangstermijn. Gerekend vanaf de eerstvolgende 1 augustus kan deze leerling nog maximaal één jaar in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening openbaar vervoer zonder begeleiding.
Artikel 9.
Afstandsgrens
Onderdeel van Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Noordenveld 2023