De volgende algemene voorschriften zijn van toepassing op verstrekte ontheffingen:
de ontheffing mag slechts worden gebruikt ten behoeve van de door de aanvrager omschreven werkzaamheden die in de beschikking zijn opgenomen;
van de ontheffing en het vignet mogen geen kopieën of andere afdrukken worden gemaakt;
de ontheffing moet op eerste vordering van daartoe bevoegde ambtenaren aan deze ter inzage worden gegeven. De houder dient derhalve de ontheffing, bij gebruik ervan, bij zich te dragen;
de houder mag bij het gebruik van de ontheffing de omgeving en het overige verkeer niet in gevaar brengen (o.a. Wegenverkeerswet artikel 5);
wanneer er parkeeralternatieven zijn dan is de ontheffing niet van kracht. Bijvoorbeeld door de aanwezigheid van reguliere beschikbare (betaald) parkeerplaatsen is het niet nodig om buiten het parkeervak te parkeren.
Indien de houder een fysiek vignet heeft ontvangen dient dit ten behoeve van controle altijd volledig en goed zichtbaar achter de voorruit van het voertuig te zijn geplaatst;
als de ontheffing geldig is voor een bepaalde tijdsduur dient ten behoeve van controle een parkeerschijf te worden gebruikt;
specifieke voorschriften: aan de ontheffing kunnen specifieke voorschriften worden toegevoegd.