Alleen daadwerkelijk gemaakte kosten worden gesubsidieerd.
Kosten dienen, naar het oordeel van het college, in verhouding te staan tot de te realiseren activiteiten.
Niet subsidiabel zijn:
een activiteit die zich slechts richt op de eigen achterban, o.a. in het kader van culturele vieringen of religieuze diensten;
kosten voor eten en drinken tenzij deze kosten onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteit;
aanschaf van gebruiksgoederen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
overige materiële investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit ter beoordeling van het college;
het arbeidsloon/uurloon van de aanvrager;
(oprichtings-)kosten van een vereniging, stichting of andere organisatievorm.
Artikel 14
Subsidiabele kosten
Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIEREGELING DIVERSITEIT EN INCLUSIE VEENENDAAL