Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Subsidieregeling Samenleving Beverwijk

In aanvulling op artikel 1.1 van deze subsidieregeling wordt in deze deelregeling verstaan onder: beroepskracht: uitvoerende professionals in de opvang of het onderwijs, belast met VVE; bezettingsformulier: het door het college vastgestelde berekeningsformulier waarin aan de hand van het daadwerkelijk gebruik van peuterplaatsen de berekening van de subsidie wordt berekend; bruto-ouderbijdrage: de vastgestelde ouderbijdrage waarvan de ouder op basis van het inkomen een teruggave ontvangt van de Belastingdienst of van de gemeente via een subsidie aan de houder; doelgroeppeuter: een peuter, woonachtig in de gemeente, in de leeftijd van tweeëneenhalf jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool, met een risico op (taal-)achterstand die in aanmerking komen voor VVE op grond van door het college vastgestelde criteria en als zodanig door Jeugdgezondheidszorg Kennemerland (JGZ) zijn geïndiceerd; doorgaande leerlijn: verdeling van het curriculum over de schooljaren waarbij leerinhouden het onderwijsresultaat van verschillende schooltypen naadloos op elkaar aansluiten; houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het LRK staat geregistreerd als kinderdagverblijf; kinderen: kinderen van 2 tot en met 12 jaar; kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang; koptarief: het verschil tussen de subsidiabele prijs voor een uur peuteropvang en de vastgestelde bruto-ouderbijdrage per uur, vermeerderd met een kwaliteitsimpuls ten behoeve van duurzame inzetbaarheid en professionalisering van personeel; Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen; meerkosten VVE: het verschil tussen de vastgestelde bruto-ouderbijdrage per uur peuteropvang en de subsidiabele prijs voor een uur VVE peuteropvang (16 uur per 40 weken); normtarief: het door het college vastgesteld uurtarief op basis waarvan de bruto-ouderbijdrage van ouders wordt berekend; ouderbijdrage: financiële inkomensafhankelijke vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van een peuterplaats voor hun kind, afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden; Ouderkamer: een ontmoetingsplaats voor ouders op school ten behoeve van de taalbevordering van hun kinderen en henzelf. peuteropvang: opvang voor kortdurende (dagdelen) en intentionele opvang voor peuters van twee tot vier jaar, volgens wettelijke kwaliteitseisen; peuterplaats regulier: plaats voor peuters van twee tot het moment dat de peuter naar de basisschool uitstroomt. De peuter maakt in totaal acht uur per week gedurende veertig weken per jaar gebruik van de peuterplaats. De plaats bevindt zich op een locatie in de gemeente Beverwijk die in het LRK staat geregistreerd als VVE locatie; peuterplaats VVE: plaats voor doelgroeppeuters van tweeëneenhalf jaar tot het moment dat de doelgroeppeuter naar de basisschool uitstroomt. De peuter maakt tussen tweeënhalf en vier jaar in totaal 960 uur gebruik van de plaats. De plaats bevindt zich op een locatie die in het LRK staat geregistreerd als VVE locatie; SiSa-regels: regels op grond van Single information, Single audit van de Financiële verhoudingswet (SiSa-systematiek); SPUK: hier wordt bedoeld de geldende specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis vanuit de rijksoverheid; taakuren: uren die worden ingezet voor indirecte werkzaamheden ten behoeve van voor- en vroegschoolse educatie. uurtarief: het door het college vastgesteld subsidiabel uurtarief voor peuteropvang regulier en VVE; VVE koppels: samenwerking tussen voorschoolse voorziening en primair onderwijs. voorschoolse educatie: educatie voor kinderen in de leeftijd van tweeëneenhalf tot vier jaar dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor een goede start in het basisonderwijs; vroegschoolse educatie: uitvoering van een taalstimuleringsprogramma in de groepen 1 en 2, gericht op het verbeteren van de startcondities in groep 3 als het ‘echte’ leren begint; voor- en vroegschoolse educatie: educatie voor kinderen vanaf tweeëneenhalf jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen waarin aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel