**1..** Het is verboden om vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen in het openbaar riool of op openbaar terrein, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand wordt gehouden;
**2..** De eigenaar van een perceel is verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt:
de te realiseren hemelwaterberging heeft ten minste een capaciteit van 50 liter per m² (50 mm) bebouwd oppervlak op het terrein van de perceeleigenaar;
de te realiseren hemelwaterberging loost maximaal 1 liter per m² bebouwd oppervlak per uur bovengronds op een openbaar riool; en is na 60 uur leeg;
voor het oppervlak aan groen dak (in m²) met een minimale berging van 50 liter per m² (50 mm) wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist.
**3..** Het hemelwater dat na toepassing van het eerste lid niet kan worden geborgen, kan worden geloosd op het oppervlaktewater en anders op de openbare ruimte. De verboden in het eerste en derde lid hebben geen betrekking op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer en op de openbare weg;
**4..** Bij het naleven van de verboden van het eerste en derde lid houdt het college rekening met het gemeentelijk rioleringsplan;
**5..** Het college kan ontheffing verlenen op de verboden van het eerste en derde lid, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kan het college voorschriften of beperkingen verbinden.
Artikel 2.
Lozingsverbod hemel- en grondwater nieuwbouw
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater gemeente Lopik