Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2

Criteria

Onderdeel van Beleidsregel afwegingskader buitengebied Hattem

Indien geen sprake is van een monument, zijn voor de onderstaande kleine bouwwerken de volgende criteria van toepassing: Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied, grenzend aan openbare ruimte: t.b.v. woonruimte (erkers) zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: ondergeschikt in het gevelbeeld; afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw; afgestemd op bestaande bijbehorende bouwwerken bij de woning of in het bouwblok. Specifiek wordt gekeken naar: Positionering Overeenkomstig bestaand raamkozijn in voorgevel en/of uitgelijnd met gevelkozijnen. Maatvoering Bescheiden en afgestemd op de maat en schaal van gevelelementen; Richtlijn breedte: maximaal 75 % van de breedte van de voorgevel tot een maximum van 3,50 m; Richtlijn diepte: maximaal 25% van de diepte van de voortuin tot een maximum van 1,50 m; Richtlijn hoogte maximaal 30 cm boven de 1ste verdiepingsvloer. Verschijningsvorm Géén serres; Hoofdvorm bestaande uit één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond afgedekt met een platdak; Gevelgeleding afgestemd op gevelgeleding van het hoofdgebouw; Hoogte boeiboord maximaal 0,25 m; Zijgevels van de erker voorzien van raamopeningen; Kozijnindeling afgestemd op de indeling van gevelkozijnen. Materiaal, kleur en detaillering Gerelateerd aan de bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter. Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: ondergeschikt aan het hoofdgebouw; afgestemd op het hoofdgebouw; afgestemd op het tuinkarakter en/of bestaande bijbehorende bouwwerken in de omgeving. Specifiek wordt gekeken naar: Positionering Duidelijk terug liggend ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de hoofdbouw. Maatvoering Hoogte boeiboord maximaal 0,25 m; Duidelijk ondergeschikt en gerelateerd aan de maat en schaal van het hoofdgebouw. Verschijningsvorm Eenvoudig, passend bij de ondergeschikte) functie; Plat dak of een kap die afgestemd is op die van het hoofdgebouw; Serres zijn mogelijk. Materiaal, kleur en detaillering Afgestemd op de bestaande bebouwing of het tuinkarakter en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter. Dakkapellen grenzend aan het voorerfgebied zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: ondergeschikt in het dakvlak; afgestemd op de architectuur; afgestemd op bestaande dakkapellen op de woning of op het bouwblok. Trendzetters Gestreefd wordt naar samenhang in het bebouwingsbeeld. Daarom heeft een plan dat uitgaat van de oorspronkelijke vormgeving of dat overeenkomt met een plan dat in directe omgeving is gebouwd over het algemeen de voorkeur. Voorwaarde is dat het referentieplan met een positief welstandsadvies is gebouwd. Specifiek wordt gekeken naar: Positionering In het onderste deel van het dakvlak; Rekening houden met gevelkozijnen; Géén dakkapellen boven elkaar. Maatvoering Bescheiden en afgestemd op de maat en schaal van gevelelementen; Rondom de dakkapel resteert (ruim) dakvlak, minimaal 0,5 m; Hoogte boeiboord maximaal 0,25 m; Richtlijn fronthoogte: maximaal 1,50 m; Richtlijn breedte: maximaal 50% van de breedte van het dakvlak tot een maximum van 3 m. Verschijningsvorm Voorzijde grotendeels gevuld met glas, eventueel alleen ondergeschikte mate tussen de glasvlakken beperkte toepassing van dichte panelen; Kozijnindeling afgestemd op de indeling van gevelkozijnen. Materiaal, kleur en detaillering Afgestemd op bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter; Zijwangen in een donkere kleurstelling. Dakkapellen NIET grenzend aan het voorerfgebied zijn onder voorwaarden zonder vergunning te realiseren. De (landelijke) voorwaarden zijn opgenomen in de Wabo. Desondanks is het van belang dat dakkapellen worden afgestemd op het bouwwerk waarop ze worden geplaatst. De criteria voor “dakkapellen grenzend aan het voorerfgebied” kunnen daarbij dienen als kader en ter inspiratie. Gevel- en Kozijnwijzigingen Gevel- en kozijnwijzigingen in het voorerfgebied zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: Afgestemd op het bestaande gevelbeeld; Afgestemd op de bestaande samenhang en ritmiek van het straatbeeld of bouwblok. Specifiek wordt gelet op: Positionering en maatvoering zoveel mogelijk de bestaande gevelopeningen en –afmetingen gebruiken; oorspronkelijke (verticale of horizontale) geleding en indeling van gevel handhaven; de gevel van de begane grond en verdieping(en) blijft samenhangend. Verschijningsvorm oorspronkelijke profilering van het kozijn en/of het raamhout behouden. Materiaal, kleur en detaillering overeenkomstig de reeds aanwezige materialen en kleuren in de voorgevel van het hoofdgebouw; Bij het vervangen van stalen kozijn en ramen is er een voorkeur voor aluminium. Alleen aluminium kan de dimensionering en profilering van staal benaderen. Bij toepassing van kunststof profilering van de bestaande kozijnen handhaven (verdiepte profielen). Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het buitengebied. Dit betreft een overdekte ruimte die maximaal aan 3 zijden is omsloten door wanden, waarvan het/de betreffende dier(en) in geval van weidegang uit oogpunt van dierenwelzijn gebruik moet(en) kunnen maken door vrij in en uit te lopen, met als doel bescherming tegen extreme weersomstan-digheden in zowel zomer als winter en waarbij in en nabij de schuilgelegenheid geen opslag is toegestaan. Specifiek wordt gelet op: De schuilgelegenheid dient een bij het landschap passende kleurstelling te hebben (houtkleur, bruin of groen). Opvallende kleuren (zoals wit) zijn niet aanvaardbaar; De gevel van een schuilgelegenheid dient uitgevoerd te zijn in hout of een daarop gelijkend materiaal. Geen damwand-, of golfbeplating toegestaan; Zeecontainers zijn als schuilgelegenheid niet toegestaan. Erfafscheidingen Erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte zijn in gebouwde vorm vergunningplichtig. Indien wordt gekozen voor een erfafscheiding in de vorm van beplanting zonder frame, wat vanuit het beeld een voorkeur heeft dan kan dat zonder vergunning. Erfafscheidingen dienen een verzorgde uitstraling te hebben en minimaal voor 50% uit beplanting te bestaan. Specifiek wordt gelet op: Maatvoering: hoogte maximaal 2.00 meter als erfafscheiding wordt geplaatst achter de voorgevellijn; Bij plaatsing verder naar voren: hoogte maximaal 1.00 meter. Vormgeving: Erfafscheidingen dienen op duidelijk zichtbare wijze te zijn geleed; Minimaal 50% van de erfafscheiding dient te bestaan uit beplanting. Dit kan in de vorm van een met Hedera of andere beplanting be-groeid gaashekwerk; Dichte en beplanting vlakken dienen elkaar af te wisselen; Voorkeur voor een rustige, rechte vormgeving. Materiaal en kleur: Bij de dichte delen een voorkeur voor hout of een op hout gelijkend materiaal; Hout mag onbehandeld (vergrijzend) worden toegepast, een gedekte kleur is echter ook denkbaar; Metselwerk plint conform het hoofdgebouw, waarboven mogelijk metalen gaaswerk voor groen of panelen van houten planken tussen gemetselde penanten; In principe geen toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat of damwandprofielen. Reclame Reclame-uitingen dienen zich in het buitengebied tot het minimaal noodzakelijke te beperken. Er kan meegedacht worden met reclame-uitingen mits deze aansluiten bij het karakter van de locatie en/of zijn afgestemd op bouwwerken. Een verzorgde uitvoering met deugdelijke materialen is eveneens uitgangspunt. In het buitengebied worden verlichte reclames in principe niet toegestaan. Voor de exacte richtlijnen wordt verwezen naar de reclamenota van de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel