Drugshandel: bij de beoordeling of bestuursdwang kan worden toegepast op grond van artikel 13b van de Opiumwet is van belang dat de aangetroffen verdovende middelen staan vermeld op lijst I of lijst II behorende bij de Opiumwet, dan wel zijn aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet en dat deze worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Er moet dus sprake zijn van een handelshoeveelheid drugs;
Handelshoeveelheid: een hoeveelheid drugs die groter is dan de hoeveelheid die wordt aangemerkt als geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik zoals bepaald in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie en in de Nota van toelichting behorend bij de wetswijziging in verband met de plaatsing van lachgas op lijst II van de Opiumwet;
Harddrugs: een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet, dan wel een middel dat is aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
Lokaal: een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een winkel of horecabedrijf, of een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf zoals een loods, magazijn of bedrijfsruimte;
Softdrugs: een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet, dan wel een middel dat is aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
Voorbereidingshandelingen: het in een woning of lokaal voorhanden hebben van (een) voorwerp(en) of stof(fen) als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3° of artikel 11a van de Opiumwet;
Woning:
Bewoonde woning: een voor bewoning gebruikte ruimte. Daar waar dus feitelijk sprake is van woongenot. Onder een woning kan derhalve ook een boot, caravan, woonwagen, recreatiewoning e.d. worden verstaan. Of een ruimte wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van woongenot blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse en wordt niet enkel bepaald door uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van een bed en andere huisraad, maar ook door de daadwerkelijk daaraan gegeven bestemming en de feitelijke (woon)situatie. Eventuele inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie zijn medebepalend om vast te stellen of er sprake is van feitelijke bewoning.
Onbewoonde woning: een woning die niet (hoofdzakelijk) voor woondoeleinden wordt gebruikt. De vraag of een woning daadwerkelijk als woning in gebruik is, wordt – zoals hierboven beschreven – per geval beoordeeld aan de hand van de waargenomen feiten en omstandigheden. Soms is sprake van schijnbewoning. Er wordt dan de indruk van bewoning gesimuleerd, bijvoorbeeld door het plaatsen van wat meubilair in de woonkamer. Als een slaapzak en gebruikte kleding wordt aangetroffen is er niet direct sprake van bewoning. Gebruik voor woondoeleinden met een meer dan incidenteel karakter is dan niet aannemelijk1ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1447.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.2
Definities
Onderdeel van Beleid toepassing artikel 13b Opiumwet gemeente Noordwijk 2023