Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.1

Beoordelingskader

Onderdeel van Beleid toepassing artikel 13b Opiumwet gemeente Noordwijk 2023

De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassing van artikel 13b Opiumwet betreft een discretionaire bevoegdheid. Deze bevoegdheid kan enkel worden gebruikt na een belangenafweging. Hieronder wordt uitgewerkt op welke wijze de burgemeester met deze belangenafweging omgaat. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State3ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362; ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2562; ABRvS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:130, ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738 om de woorden ‘daartoe aanwezig’ in artikel 13b eerste lid onder a van de Opiumwet zo uit te leggen dat de burgemeester bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen indien in een pand een handelshoeveelheid drugs aanwezig is. Er mag in dat geval worden aangenomen dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel, hetgeen op zichzelf al een belang bij sluiting oplevert, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd4ABRvS 1 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1435. Wanneer er geen sprake is van een handelshoeveelheid drugs, maar uit onderzoek van de politie wel blijkt dat een pand gebruikt is om handelsafspraken te maken ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking van drugs, valt dit ook onder de werking van artikel 13b Opiumwet5ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2400. Daarnaast is de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid en onder sub b, van de Opiumwet bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen indien sprake is van voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a, eerste lid, onder 3° (verbod op voorbereidingshandelingen harddrugs), of artikel 11a (verbod op voorbereidingshandelingen softdrugs) van de Opiumwet. Hiervan is sprake als er voorwerpen of stoffen voorhanden zijn die bestemd zijn voor onder meer de productie van en/of handel in soft- en/of harddrugs. Op 28 december 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan6ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912. In deze uitspraak geeft de Afdeling meer duidelijkheid over de manier waarop zij een besluit tot sluiting toetst. Op 2 februari 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nader toegelicht op welke wijze en met welke mate van intensiteit een bestuursrechter per geval kan toetsen aan het evenredigheidsbeginsel7ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285. Dossiers die vallen onder de werking van deze beleidsregel worden beoordeeld conform het beoordelingskader uit deze jurisprudentie. Als wordt voldaan aan de criteria uit artikel 13b van de Opiumwet, dient de burgemeester aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding te beoordelen in hoeverre sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. Naast de noodzakelijkheid moet de sluiting ook evenredig zijn. Bij de belangenafweging wordt niet alleen gekeken naar de ernst en omvang van de overtreding en de noodzaak tot sluiting, maar ook naar de gevolgen die een tijdelijke sluiting heeft voor belanghebbenden. Zowel gebruikers van een woning of lokaal als de eigenaar van een woning of lokaal hebben er veelal belang bij dat deze open blijft. De wetgever heeft bewust lokalen en woningen onder het regime van artikel 13b Opiumwet gebracht. Het is daarom inherent aan deze keuze van de wetgever dat dit grote gevolgen kan hebben voor de gebruikers en eigenaren. Daarbij wordt opgemerkt dat het tijdelijk sluiten van een pand een reparatoire maatregel is, bedoeld om de openbare orde te herstellen. Een sluiting is niet gericht tegen de persoon van de overtreder of belanghebbende (exploitant, bewoner of pandeigenaar), maar heeft betrekking op het lokaal of de woning. Of een overtreder of belanghebbende al dan niet een verwijt kan worden gemaakt kan een omstandigheid zijn die aan de orde komt bij de beoordeling van de evenredigheid van een sluiting. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid zijn dermate ernstig dat herstel van de openbare orde en veiligheid als algemeen belang in ieder geval zwaarder wordt geacht dan enkel het individuele financiële belang van een pandeigenaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel