In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Amsterdammers, die minder mobiel zijn: mensen die moeite hebben om gebruik te maken van het openbaar vervoer,
gebied: één of meerdere buurten in de gemeente Amsterdam waar het vraagafhankelijk personenvervoer door de aanvrager primair wordt uitgevoerd;
mobiliteit: de mate waarin mensen voorzieningen, (vrijwilligers)werk en sociale contacten kunnen bereiken door middel van vervoer;
uitstootvrije voertuigen: voertuigen die door een uitstootvrije motor, zijnde een motor die is bedoeld voor de primaire aandrijving van het voertuig door middel van een tractiebatterij of waterstof brandstofcel, wordt aangedreven;
uitvoerder: een rechtspersoon, die zonder winstoogmerk, vrijwilligersvervoer in de gemeente Amsterdam organiseert en uitvoert, nu of in de nabije toekomst;
voertuig: een transportmiddel op ten minste vier wielen, ingericht voor het vervoer van tussen de één en acht personen, de chauffeur daaronder niet begrepen;
vrijwilligersvervoer: vervoersactiviteiten die worden uitgevoerd door vrijwilligers, op vraagafhankelijke basis met als doel het vergroten van de mobiliteit van mensen die minder mobiel zijn; onder te verdelen in kleinschalig (< 1000 ritten), middelgroot (1000 tot 6000 ritten) en groot (> 6000 ritten).
vrijwilligerswerk: werkzaamheden die
niet bij wijze van beroep of bedrijf worden uitgevoerd;
waarbij er geen winstoogmerk is;
die het algemeen belang of een bepaald maatschappelijk belang dienen, en
niet in plaats komen van betaald werk
Wp2000: Wet personenvervoer.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Amsterdamse Subsidieregeling Vrijwilligersvervoer