Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Subsidieplafond, hoogte subsidie en subsidiabele kosten

Onderdeel van Amsterdamse Subsidieregeling Vrijwilligersvervoer

1.. Het college stelt voor de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 4 een subsidieplafond vast voor het de looptijd van de regeling. Er is €612.500 beschikbaar, indien de raad instemt wordt het met €575.000 opgehoogd. 2.. De aanvragen van subsidie voor de activiteiten die volgens deze regeling voor subsidie in aanmerking komen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. 3.. Voor activiteiten zoals omschreven in artikel 4, onder a bedraagt de maximale subsidiebijdrage €20.000. 4.. Voor activiteiten zoals omschreven in artikel 4, onder b wordt de maximale subsidiebijdrage als volgt bepaald: per subsidiejaar, een maximale subsidiebijdrage vastgesteld door het verwachtte aantal te rijden ritten in het subsidiejaar te vermenigvuldigen met een maximale subsidiebijdrage per rit, te weten €20 voor kleinschalig vrijwilligersvervoer, €15 voor middelgroot vrijwilligersvervoer en €10 voor groot vrijwilligersvervoer; voor uitvoerders actief binnen de stadsdelen Nieuw-West, Noord of Zuidoost wordt de maximale subsidiebijdrage per rit zoals genoemd in artikel 5, derde lid onder a vermeerderd met €2,50. De maximale subsidiebijdrage per jaar ten opzichte van het voorgaande jaar als gevolg van verwachte groei van het aantal ritten is begrensd tot een maximum van €20.000 voor kleinschalig vrijwilligersvervoer, €30.000 voor middelgroot vrijwilligersvervoer en €40.000 voor groot vrijwilligersvervoer. de subsidie bedraagt maximaal 85% van de totale inkomsten van de subsidiabele activiteit van de uitvoerder; de maximale subsidie per jaar, per aanvraag bedraagt €250.000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel