Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
a.de houder van de vergunning de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
b.de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
c.indien zich overige gronden voordoen zoals genoemd in artikel 18 van de wet.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
Intrekking huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Eemnes 2023