Het college legt jaarlijks verantwoording af aan de raad door middel van jaarstukken. De jaarstukken bouwen we op conform het BBV.
In de jaarstukken geven we van de investeringen de investeringskredieten en de actuele uitputting weer. In de jaarstukken verantwoorden we over de investeringskredieten.
Indien gedurende het jaar blijkt dat een aantal begrote activiteiten niet meer of gedeeltelijk worden gerealiseerd, kan het college voorstellen dat de betreffende budgetten overgeheveld worden naar het volgende jaar. Deze budgetoverhevelingen worden dan opgenomen in het voorstel tot bestemming van het rekeningsaldo. De bijbehorende (begroting-) wijziging accordeert de raad achteraf bij het vaststellen van de jaarstukken en de resultaatbestemming.
Uitgezonderd van de in lid 3 bedoelde budgetoverhevelingen zijn de lasten die volledig gedekt worden uit een reserve. Deze lasten en bijbehorende dekking uit de reserve schuiven door naar het nieuwe begrotingsjaar, mits deze meer dan € 25.000 bedragen.
De raad stelt dan de geactualiseerde grondexploitaties vast samen met de jaarrekening. In de paragraaf grondbeleid rapporteert het college over de jaarlijkse actualisatie en de afsluiting van een grondexploitaties. De raad stelt dan de geactualiseerde grondexploitaties vast samen met de jaarrekening.
De raad stelt de jaarstukken voor 15 juli vast in het jaar volgend op het verslagjaar.
Hoofdstuk 1.
Artikel 10.